Ondernemer Erik belt me. Ik ken hem niet, maar hij begint meteen zijn verhaal. Hij heeft 5 volwassen knotwilgen gekapt, om op die plek een brug te bouwen over de sloot. Ik denk: hemel, wie kapt er nou zomaar zulke mooie bomen? Mijn interesse is gewekt.

De bouw van een stal en een tweede brug waren al enige tijd geleden gepland. De tweede brug was en is namelijk noodzakelijk, omdat zijn oude boerderij uit 1898 scheuren vertoonde als gevolg van het zware vrachtverkeer dat er steeds direct langs moet (tankauto’s voor melk en veevoer) en ook omdat een melkveehouderij twee wegen nodig heeft, namelijk een ‘schone’ weg en een ‘vuile’ weg. Ah, zit dat zo. Het verhaal lijkt al logisch. Wat zou het probleem zijn dan?

De omgevingsdienst heeft hem een brief gestuurd. Daarin staat dat hij de knotwilgen niet had mogen kappen, omdat het beschermd gebied is. En dat hij er evenveel nieuwe knotwilgen moet neerzetten. En ook dat is goed te begrijpen: het is niet zomaar beschermd gebied en er moet iemand zijn die het landschappelijk belang beschermt. En toch, het terugplaatsen van volwassen knotwilgen kan helemaal niet, want die brug ligt er nu. Moet Erik nu de brug afbreken?

Ik stel hem allerlei vragen: waarom hij gekozen heeft voor het kappen van die knotwilgen, waarom die plek, waarom de brug gebouwd is, waarom het niet anders kon, met wie hij overlegd heeft en waarover, wanneer alles gebeurd is, kortom ik vraag hem het hemd van het lijf. Al die tijd maak ik aantekeningen van de gesprekken. Uiteindelijk heb ik een beeld: deze ondernemer heeft (natuurlijk) niet zomaar deze mooie knotwilgen gekapt, maar had daar hele duidelijke redenen voor. Het kon simpelweg niet anders.

Samen besluiten we om de omgevingsdienst alles te vertellen. Ik leg alles minutieus vast in een brief, waarin ik namens Erik reageer op het plan om hem te verplichten de brug af te breken. Natuurlijk plaats ik alles in de juiste juridische context. En ik besluit met de conclusie dat het in deze situatie overduidelijk niet terecht zou zijn als Erik de brug weer zou moeten afbreken. Kort gezegd pleit ik juist voor een vergunning.

Het blijft even stil bij de omgevingsdienst na mijn brief. Maar het resultaat mag er zijn: Erik mag een vergunning aanvragen! En zo is het gebeurd. Van handhaving naar vergunningverlening. Het kán.

Een dossier is maar een dossier, hoor ik regelmatig. Maar in dit geval is er nogal een verschil tussen ‘het dossier’ en het gesprek dat ik daarover voerde. Het liet me opnieuw zien, dat het dossier, waarin het centrale probleem lijkt te zijn dat er vijf beschermde knotwilgen gekapt zijn, toch echt iets anders is dan wat er daadwerkelijk speelt. Een gesprek met de ondernemer liet immers zien wat erachter zit: de geschiedenis, de noodzaak, de afwegingen en de belangen. En als je te maken hebt met ambtenaren die het gesprek aan willen gaan, dan is er meestal een oplossing mogelijk. Soms onder enige druk (dreigen met procedures) en soms omdat ook ambtenaren gewoon mensen zijn.

Ook een discussie met de omgevingsdienst? Ik help graag! Bel of mail.